Om 7 uur ’s morgens staan bij mij thuis al 23 verwende viervoeters klaar om hun dag te beginnen. Hun staartjes gaan, grote levensvreugde alom. Voor hen is het gewoon een nieuwe dag. Voor ons in de refugio begint dan al een marathon.
Nog voor we goed en wel op gang zijn, gaat de telefoon. Het goederentransport is onderweg en zal binnen het uur aankomen. Alle hens aan dek. Ondertussen is Veerle al onderweg met vijf katjes die naar de kliniek moeten voor sterilisatie. Ze zijn doodsbang, begrijpen niet wat er gebeurt. Veerle gaat er gelukkig helemaal op haar gemakje mee om.
Het is nog maar 8.30 uur en de telefoon staat roodgloeiend. Een man belt, hij kan de verzorging van zijn hond niet meer betalen. Hij heeft ook in de campo een mama met pupjes gezien, zonder eigenaar. Ze kruipen weg in de struiken, bang voor alles en iedereen. Mag ik ze brengen?
Dan Tanya, volop aan het werk in de kliniek, met vragen over patiënten. Meteen daarna Seprona (Guardia Civil), ze moeten dringend vier honden kwijt. Een inval… Er zit een grote, uitgemergelde Mastin zit bij, die niemand wil opnemen. De Chihuahua’s en de Borders Collies hebben onmiddellijk onderdak gevonden bij andere organisaties, maar voor de gro(o)t(st)e sukkelaar dreigde het dodenstation.
En alsof het ongeluk ermee gemoeid is, valt onze heftruck in panne. Transport stilgelegd. Plannen schuiven. De stress stijgt. Tegelijk komt een externen dierenarts langs om onze projecthondjes te bekijken, zieltjes die al zo lang wachten op hun redding.
Enkele katjes zijn ziek en moeten op controle. Ook vier van onze medewerkers zijn ziek. We draaien met te weinig mensen, maar het werk stopt niet. Het lost zichzelf niet op.
Een man belt voor een tienjarige herder. Zeer dringend. Anderen staan al aan de poort om hun hond af te staan. Zodra ons transport vertrokken is, wacht er alweer een lijst om binnen te komen. Het kan niet snel genoeg gaan voor hen…
Tussendoor ontvangen we bezoekers die een rondleiding willen. Dat doen we met liefde, want dat vinden we belangrijk, dat mensen zien wat we doen. Gelukkig zijn er ook wandelaars die onze honden mee naar buiten nemen, die momenten betekenen zóveel voor hen. Ook onze vrijwilligers die de katjes extra aandacht geven, zijn goud waard.
Kapotte leidingen. Verstopte putjes. Elke dag opnieuw.
Weer iemand aan de deur met de zoveelste “wegwerphond”.
“Hij kan niet meer…”
Wij dan wel?
De kliniek draait overuren. Niet enkele patiëntjes per dag, maar tientallen. Sterilisaties, castraties, behandelingen. Een constante stroom.
De dodenstaions smeken om hulp. Het zit er stampvol. Maar ook wij zitten tegen onze limiet aan. En het blijft komen, elke dag opnieuw.
Wat een triest land als het om dieren gaat… Te triest voor woorden. En toch…
Er komen vrijwilligers speciaal enkele dagen helpen. Mensen uit Nederland, uit België, offeren hun vakantie op. Mensen met een hart. Er wordt gewandeld, geknuffeld, gepoetst. Want ja, waar veel gegeten wordt, moet ook veel gereinigd worden. Het houdt nooit op.
Onze mensen werken keihard. Ons team is een topteam. Iedereen met zijn eigen talent, zijn eigen kracht. Maar samen vormen ze één cirkel. Eén missie.
En dan valt de avond. We gaan naar huis. Doodmoe. Want het is heftig. Elke dag opnieuw.
Vandaag konden we weer een twintigtal honden opnemen. Maar waar zetten we ze? Wie betaalt hun zorg? Hun voeding? Hun operaties?
Voor sommigen eindigt het bij het afzetten aan onze poort. Voor ons begint het dan pas. De verzorging. De weg naar vertrouwen. De zoektocht naar geluk. En ja… ook de enorme kosten die daarbij horen.
Maar we geven niet op! Samen staan we sterker. Voor hen, altijd voor hen...




















































