Meko en Pipo hebben we vlak voor Kerst gered uit een dodenstation. Twee kleine zieltjes, vergeten in een kille kooi waar nauwelijks nog naar werd omgekeken. Het is zo intens triestig dat woorden gewoon tekortschieten. Ze kwamen met ons mee, en dan werd de ernst van de situatie pas echt duidelijk. Het brak ons hart om hen zo te zien. Ze waren ellendig mager, door en door verkleumd door de koude en de nattigheid. Hun vacht verwaarloosd, hun lichaampjes uitgeput en allebei ernstig ziek. Hoe ze nog leefden, weten we niet. maar leven deden ze. En dat was genoeg om te blijven vechten. Ze konden gelukkig snel in opvang, zodat ze konden aansterken, en werden opgevolgd in onze kliniek. Daar begon een lange, zware weg. Een eindeloze lijst van kwaaltjes en ziektes kwam aan het licht, beiden zijn ook Leishmania positief, maar we zijn eraan begonnen, stap voor stap, met alles wat we in ons hebben. Ze zijn er allebei erg aan toe. zo kwetsbaar, zo broos. Meko is een ouder, zwart hondje. Zijn oogjes vol met etter - waardoor hij haast niets meer kon zien - en zijn oortjes waren aan het rotten. Wonden bedekten zijn kleine lijfje en hij stond zwak op zijn pootjes. Een oudje dat (veel te) lang vergeten werd.







Geen opmerkingen:
Een reactie posten